onderweg
knollentuin
allerlei
links
contact
dampende-mest











Mevrouw Onkruid & haar knollentuin

7 - Mest lijkt kunst











Tweede jaar, januari/februari













Het nieuwe tuinjaar, dat begint in het hart van de winter. Dan namelijk ploft er een zaadgids bij mevrouw Onkruid in de brievenbus. Een kleurige, bijna vijftig pagina’s dikke folder vol zaai- en pootspul.
Mevrouw Onkruid weet inmiddels beter: het getoonde resultaat op de foto’s in deze catalogus heeft weinig te maken met de echte wereld. Althans, zoals die zich in de tuin van mevrouw Onkruid voordoet. Daar namelijk zijn aardappelen niet glad en geel maar zitten ze vol kuiltjes en aarde, ook na lang wassen. Hebben bonen vlekjes, krijgt sla bloemen en komt judaspenning niet eens boven de grond.
Maar: nieuw jaar, nieuwe kansen. Opgeruimd gaat mevrouw Onkruid met de bestellijst onder de arm naar haar tuin. Omdat ze ter plekke beter kan kiezen. Denkt ze. Oog in oog met de beschikbare ruimte zullen dromen wijken voor realiteit.
O. Direct na het passeren van het houten toegangshek van de volkstuinvereniging staat mevrouw Onkruid tegenover iets wat er eerder niet was. Een zeker twee meter hoge berg, prachtig dampend op deze koude, heldere winterdag. Het lijkt wel kunst. Ze pakt haar fototoestel. Klik.
Een man met kruiwagen nadert. Hem zag ze niet eerder. Hij haar evenmin. Waar maakt zij een foto van? Nou, van hoe mooi de mist in dit licht opstijgt van deze berg. Wat is het eigenlijk? Mest, mevrouw. Paardenmest. Voor op de tuin. De mest voedt de grond en dekt ‘m tegelijkertijd af, zodat onkruid deze maanden minder kans krijgt. De man pakt zijn spitvork en prikt happen vol van de dampende substantie. Laadt zijn kar vol en vertrekt.
Aha. Zo dus. Dat is wat anders dan over een week of wat een paar handjes gedroogde koemestkorrels over de zwarte aarde strooien.
Mevrouw Onkruid krijgt de kriebels. Zij wil ook aan de slag. Maar haar rok. Ze is niet op mestscheppen gekleed. Dacht hier vandaag alleen iets met pen en papier te gaan doen.
Nu ja. Ze trekt haar laarzen aan, pakt de kruiwagen van Buurman en haar eigen spitvork. Rijdt de boel van de tuin naar de berg. En voelt direct weer hoe blij ze met haar tuin is. Omdat die haar voor verrassingen stelt. Haar beweegt tot fysiek werk. Het leven soms zo simpel maakt. Zijn wat je doet, is er een ander recept voor geluk?
Een uur later staat mevrouw Onkruid ondanks de kou in haar hemd. Scheppen maakt warm. De tuincollega van eerder komt even kijken. Mevrouw Onkruid’s tuin ligt inmiddels bijna vol. Met kluiten mest, wat stro ertussendoor, en dor blad.
Of mevrouw Onkruid een tuinplan heeft, wil hij weten. Een tuinplan? Ja, wat komt waar? Hij tekent dat altijd thuis uit voordat hij ergens mee begint.
O, zo. Nou, daar komen de aardappelen, want die stonden vorig jaar hier, en… Ho. Stop. Zegt de man. Waar aardappelen komen moet geen mest. Aardappelen houden van kale grond. Net als wortelen. En kool.
Deze tip kwam net op tijd. Er is gelukkig nog een mestvrije hoek.
Als mevrouw Onkruid meer wil weten, moet ze maar een keertje langslopen, zegt de mestman. Zijn tuin heeft nummer zo en zoveel. En kijk, hier, een rood spruitje, kent ze die? Hij legt een knolletje in haar hand. Nooit gezien. Mevrouw Onkruid vindt spruitjes vies en kijkt er daarom nooit naar. Nu wel. En twijfelt. Hoe kan iets wat zo mooi is nu niet lekker zijn?

terug