onderweg
knollentuin
allerlei
links
contact
mol-door-uientuin











Mevrouw Onkruid & haar knollentuin

10 - Mevrouw Mol











Tweede jaar, juli/augustus













Mevrouw Onkruid heeft bezoek. Bezoek van een mol. Wat nu?
Vroeger moest ze lachen, om zo’n kortgeschoren grasveld waar ineens een zwart bergje zand op lag. Maar dit blijkt veel minder grappig. Niet alleen omdat het haar eigen tuin betreft. Ook omdat deze mol anders te werk gaat. Geen molshopen hier en daar. Wel gangen, die zich verraden door hun plafond dat door de vlakke grond heen breekt. Meterslange slingerpaden zijn het, rondom de courgette, onderlangs de kruidenstruiken en dwars door het uienveld.
Die uien; voor mevrouw Onkruid’s doen stonden ze strak in het gelid. Bijna volgroeid en klaar om mee naar huis te gaan. Nu liggen ze omver gewoeld op een slordige hoop. Alsof er met hoge snelheid iets door de rijen gedenderd heeft. En dat is natuurlijk ook zo. Die mol. Laat dat. Ga weg.
Meneer Tuinbeheer, hij weet het wel: hier helpt alleen een mollenklem. Oftewel een mollendoder.
Hij was vroeger slager. Mevrouw Onkruid doodt bij voorkeur nog geen vlieg.
Ja maar, probeert ze, flessen ingraven, dat kan toch ook? De wind waait rond de halsopening die boven het zand uitsteekt, de mol wordt gek van het geluid en verkast.
Kun je doen, zegt de slager in ruste, maar het werkt niet. Bovendien: als het al effect heeft, betekent het alleen maar een verplaatsing van het probleem. Want waarheen verhuist de mol?
Tja. Naar de buren. Die zijn evenmin blij met zo’n gast. Dus? Overgaan tot moord? Mevrouw Onkruid had niet gedacht dat ze ooit voor zulke keuzes zou komen te staan. Al wat ze wilde was een bloemenveld met iets te eten hier en daar. Het leven blijkt altijd weer complexer dan je wenst.
Thuis pakt zij het vakblad voor hobbytuinders erbij. Zo heet het echt. Het hoort bij het tuinlidmaatschap, ze krijgt elk seizoen een nummer toegestuurd. In de lente-editie stond iets over mollen, herinnert zij zich. En ja, daar is het, inclusief een foto van een molshoop en één van het ondergronds levende wezen zelf. Met z’n imposante graafklauwen, fluwelige zwarte vacht en minuscule oogjes.
Het artikel blijkt een lofzang op dit schepsel, dat in verhouding tot z’n lengte een van de sterkste dieren ter wereld is. Het leeft hier al 45 miljoen jaar, leert mevrouw Onkruid. Mannetjes graven in rechte hoeken, vrouwtjes slingerend. (Aha. Mevrouw Mol dus.) Die opgebolde gangen zijn voedseltunnels. De mol is zelfs nuttig voor de tuinder, weet het vakblad, vanwege het eten van schadelijke insecten. Jammer alleen dat hij ook regenwormen lust.
Pff. Hoe meer je ergens van weet, hoe ingewikkelder de zaak wordt. De mol in mevrouw Onkruid’s tuin heeft een gezicht gekregen. Wie is zij om dit diertje dat ook maar gewoon doet wat het hier te doen heeft om zeep te helpen?
Mevrouw Onkruid besluit het een tijdje aan te zien. Dan maar laf. Dan maar kapot gegraven planten. Misschien kunnen mol en zij naast elkaar bestaan in de tuin. Graaft ‘ie z’n gangen voortaan óm de wortels, in plaats van overal dwars doorheen.
Voor de courgetteplant is het in elk geval te laat. Die ligt slap en verzakt in het zand. Mevrouw Onkruid knipt z’n laatste voldragen courgette af. Ze zal ‘m eren met een soep.

terug