onderweg
knollentuin
allerlei
links
contact
museumpark Insel Hombroich




Dwalen zonder woorden





INSEL HOMBROICH - 2008






Kunst is kunst en natuur is natuur. Maar niet in het museumpark Insel Hombroich, net over de Duitse grens. Daar loopt alles in elkaar over en draaien de rollen soms zelfs om. Een eeuwenoud beeld wordt weer een boomstam, de schaduw van een blaadje een kunstwerk.


Het ontdekken van een wonderschone plek levert altijd een dilemma op. Ga je deze vondst nu doorvertellen, of juist niet? Want de schoonheid ervan zit vaak in de rust, de nog niet platgetreden paden, het geluid van de stilte. Kwetsbare elementen, en steeds zeldzamere. Zeker direct om de hoek van de rest van de wereld.
Misschien moet zo’n plaats dan een cadeau zijn. Een cadeau dat je geeft aan iemand die je er een plezier mee denkt te doen. Die het op waarde zal weten te schatten. En er dus net zo behoedzaam mee om zal gaan als jij zelf.
Het Duitse museumpark Insel Hombroich is zo’n schatplaats. Goed verstopt achter de bomen aan een asfaltweg naast het stadje Neuss, in de buurt van Düsseldorf. Koop een kaartje, stap aan de andere kant van het toegangsgebouwtje weer naar buiten en betreedt een andere wereld. Een wereld die je uitdaagt te dwalen. Met je benen én je hersens. Een wereld zonder bordjes, uitleg, bewegwijzering en suppoosten. Maar vol kunst en natuur. En vrijheid, in vele opzichten. Want hier krijg je niet de rol van de museumbezoeker of de wandelaar opgelegd die aan de hand van een vaste route doet wat hij geacht wordt te doen. Nee, kies zelf maar. Wat zoek je? Wat vind je? Wat wil je vinden?



museumpark Insel Hombroich

Vergankelijkheid

Een plek waar kunst en natuur naast elkaar te beleven zouden zijn; dat was de droom van Karl-Heinrich Müller. Deze rijke kunstverzamelaar kocht in 1982 een eilandje in de rivier de Erft, waar toen niet veel méér was dan een negentiende eeuws huis met een verwilderde tuin en maïsvlakten eromheen. Hij nodigde kunstenaars van verschillende disciplines uit Hombroich te maken tot wat het nu is: een oase die je uitdaagt de schoonheid van het leven (weer) bewust te worden, te vieren. Zonder enige zweverigheid overigens. Maar mocht het contact met de aarde toch enigszins verwateren, is er altijd wel een naaktslak op het wandelpad die je bij de les roept, een windvlaag die een deur dichtzwiept of een overhangende tak die zich in je haar vastgrijpt.
Net zo aards gaat Hombroich om met de tentoongestelde kunstwerken. Hier is geen klimaatbeheersing of gedempt licht. Weer, wind, bladeren en modder komen door de openstaande deuren mee naar binnen. Dode vliegen liggen in vitrines, spinnen hebben hun eitjes gelegd in de boomstam waaruit iemand honderden jaren geleden een mensfiguur uit tevoorschijn gebeiteld heeft, een vlinder fladdert het stof van z’n vleugels om een werk van Kurt Schwitters. Gerrit Rietvelds stoel en Bart van der Lecks schilderijen zullen daardoor in Hombroich wellicht minder lang overleven dan in een regulier museum. Maar zo is het leven, vindt stichter Müller. Alles is vergankelijk, dus kunst ook.
Aan die benadering moet je even wennen. En ook aan het totaal ongestuurd langs de kunstwerken gaan. Het lijkt wel of de geselecteerde kunstenaars aan Müllers missie meewerken; slechts enkele hebben hun werk gesigneerd. Hier zijn geen woorden. En Hombroich maakt bewust hoezeer we aan hun aanwezigheid gewend zijn. Aan hun functie van benoemen, duiden, richting geven. Handig en verhelderend, zeker, maar het haalt wel een deel van de eigen ervaring weg.


museumpark Insel Hombroich


Poëzie

Per seizoen verandert de ervaring van de natuur. Lente en zomer brengen springende kikkers, ritselend borsthoog gras en tientallen fluitende vogels; herfst en winter bieden krakende takken, vallende eikels en blaadjes in de prachtigste kleuren. Ongelooflijk dat zo’n overweldigend aanwezige natuur zo dicht bij de bewoonde wereld kan liggen. Het geeft een open hoofd, dat daardoor beter in staat is te ontvangen wat Hombroich allemaal geeft. Dat blijkt al bij het eerste gebouwtje: een hoge, bakstenen doos met in elke wand een deur. Binnen is het leeg. En wit, hoog en licht. Er is dus niks. Hoewel? Jij bent er. En het licht, dat zoals in bijna alle gebouwen alleen door het glazen plafond naar binnen valt. Er zijn de geluiden van buiten. De openstaande deur omlijst de boom die naast het toegangspad staat. En creëert op die manier een kunstwerk dat de witte muur siert. Er is juist heel veel.
‘Als dit Ierland was, zou ik beter kijken’, dichtte K. Schippers jaren geleden. Geïnspireerd door de gewaarwording dat iets pas aandacht krijgt als het een benoeming of kader heeft. Of als het anders is dan wat je gewend bent. Als er een lijstje omheen zit. Als Hombroich iets duidelijk maakt, is het wel dat er ontzettend veel te voelen, ruiken, horen en ervaren is: de vorm van een blad, of de schaduw ervan op een kei waarin een kop gebeeldhouwd is. Poëzie is overal. Altijd. Je moet het alleen leren zien. Weer willen weten.
En zo maakt dwalen door Hombroich rijker. Bij de vreugde over dat gevoel hoort kennelijk een geluid. Zoals dat van de echoënde vader met zijn kind in het eerste, lege gebouw. Verderop gaat een groepje vrouwen zachtjes neuriënd tussen de bijna duizend jaar oude Khmer-beelden staan. Of er is de man die zijn rugzak afdoet en naast vier op de grond liggende zwarte sculpturen een Gregoriaans gezang aanheft. Zijn klanken lijken gemaakt voor de locatie. Moeiteloos vinden ze hun weg naar het hoge plafond waarna ze via de muren door de overal openstaande deuren naar buiten waaien en vervloeien met het geluid van de ruisende bomen.

Troon

Het zelf moeten zoeken in Hombroich, en de verwarring die dat voor een deel veroorzaakt, heeft uiteindelijk een soort wandelen met je hersens tot gevolg. Slenteren, dwalen, een beetje verdwalen zelfs af en toe. Waarbij de afwisseling tussen lopen door een van de gebouwtjes met kunstwerken en op de paadjes daartussen voor de goede balans zorgt. Je kunt elke keer weer ruimte maken voor nieuwe indrukken. En mocht de wandeling niet lang genoeg duren, zijn er genoeg plekken om even te gaan zitten. Op een bankje onder een van de enorme platanen - vier volwassenen met gestrekte armen kunnen de stam ternauwernood omvatten - in een bakstenen of betonnen troon aan het stromende riviertje waaraan het eiland ligt, of in het gras bij een waterplas met eenden erin en libelles erboven.
In het enige gebouw met glazen wanden in plaats van een dak van glas, kun je lunchen. Dat is bij de toegangsprijs inbegrepen. Op een lange houten tafel staan schalen met roggebrood, degelijke Duitse boterhammen, reuzel, tomatensalade, risotto, zelfgemaakte jam en stroop, yoghurt. Alles biologisch. Met een appel uit de boomgaard van het museum toe.
Naarmate de uren verstrijken, word je onderdeel van het eiland. Je bent zelf ook natuur, of kunst, of allebei. En met jezelf ga je voorzichtig om, dus ook met de schatten waar je hier zo dichtbij kunt komen. Geen gespannen touwtjes voor de werken van Henri Matisse, Gustav Klimt, Yves Klein. Niemand die oplet of je je wel goed gedraagt. Het vertrouwen dat wie hier komt museumpark Hombroich waardig is, geeft een mooi gevoel. En voedt de gedachte dat het een cadeau is. Een cadeau dat je met zorg doorgeeft.

terug