onderweg
knollentuin
allerlei
links
contact
minicamping










Slapen op boomhoogte











GROENEKAN - 2008












Afstand nemen voedt. Minicamping Tussen Hemel en Aarde, met boomhut en paalhuis, biedt er een mooie gelegenheid voor. Want hoog tussen de takken blijkt het goed mijmeren over zin en zijn. Maar: niet te zweverig, want dan val je in de sloot vier meter lager


Sommige boeken zijn ervoor gemaakt op een bepaalde plek te lezen. Walden van Thoreau is zo’n boek, en minicamping Tussen Hemel en Aarde is zo’n plek. ‘Het zou zijn nut hebben eens wat primitiever en beperkter te leven, ofschoon we te midden van een uiterlijke beschaving zitten,’ schreef Henry David Thoreau in Walden, genoemd naar de vijver waaraan hij ruim twee jaar woonde. Zo kan het ook geen kwaad eens wat simpeler op vakantie te gaan. Pak minimalistisch in en ga naar Groenekan. Daar waar de verten uitgestrekt en de wolken veeltallig zijn.
De Amerikaanse filosoof liep halverwege de 19e eeuw een paar kilometer het bos in bij het plaatsje Concord in Massachusetts, bouwde vervolgens zijn eigen huis en zocht, ving en verbouwde eten. In z’n eentje. ‘Al was het alleen maar om er achter te komen wat de simpelste levensbehoeften zijn en wat voor manieren men heeft toegepast om ze te voldoen.’
Eenvoud, dat is Thoreau’s sleutelwoord. Hoeveel heb je eigenlijk nodig?
Heel weinig, zo ondervond de ondernemende schrijver. ‘Direct na de eerste levensbehoeften volgen in deze tijd en in dit land, zoals ik uit eigen ervaring weet, een stuk of wat gereedschappen: een mes, een bijl, een schop, een kar en dergelijke, en voor wie aan studie doet: een lamp, schrijfgerei en de beschikking over een paar boeken.’ Verder niks.
Ook op de minicamping blijk je nauwelijks spullen te hoeven hebben. Je hoofd is groot genoeg voor eindeloos verpozen en ongedachte vergezichten. Soms zelfs te groot. Dan is de stad gelukkig dichtbij. De moeite die Thoreau dag in, dag uit moest doen om simpelweg te overleven, bleek een bron van geluk. In plaats van te streven naar overvloedigheid, verdiepte hij zich onder kale omstandigheden in het feit hier te zijn en de betekenis daarvan. Leidde ‘een leven van eenvoud, van onafhankelijkheid, van grootmoedigheid en van vertrouwen.’ Genoot van de natuur. En kwam uiteindelijk schatrijk weer terug. Op een enigszins vergelijkbare maar simpelere manier - dichter bij huis en je hoeft er ook niet meteen twee jaar voor weg te blijven - voedt Tussen Hemel en Aarde de zoekende mens. Dat kan ook een kind zijn. Een kind dat houdt van klimmen, slootjespringen en ongenadig vies worden.


minicamping

Slingertouw

Zo lastig als in het Oost-Amerikaanse bos wordt het de bezoeker van de minicamping niet gemaakt. Er is een grasveld, douche en wc; winkels liggen op een half uurtje lopen. Maar eenvoud heerst hier zeker, aan de Kanonsdijk, dicht tegen de autoring om Utrecht aan. Vijf tenten en vijf caravans kunnen er op het terrein staan, meer niet.
De omgeving is groen - weiland, bamboe, populieren -, de gemeente heeft tegenover de camping een wandelgebied aangelegd en dat Gagelbos genoemd; natuurlijk zwemwater ligt om de hoek bij een oud fort, of drie kilometer verderop in de vorm van de Maarsseveense Plassen.
Er is rudimentair speelspul als een evenwichtsbalk, bunker, klimboom, slingertouw over de sloot, en een berg. Een tuinhuisje met boekenkast (Ode, Bres, Vruchtbare Aarde, Onkruid; boeken van Jozef Rulof over reïncarnatie, Pleisters voor de ziel van René Diekstra, James Redfield’s Celestijnse beloftes, een pocket over het leven en werk van Ghandi).
Maar vooral: alle ruimte voor langdurig staren naar niks, het bestuderen van de lucht en de strepen die vliegtuigen op weg naar zonzekere bestemmingen daardoorheen trekken, luisteren naar het ruisen van de wind, tsjirpen van de krekels, blaten van een schaap, gonzen van de snelweg. Hier kun je grenzeloos ver weg zijn en toch dichtbij.
Toegegeven: dat kan op meer plaatsen.
Wat Tussen Hemel en Aarde vooral bijzonder maakt, is dat je er behalve in je tent of caravan kunt slapen in een boomhut en paalhuis. Deze fantasieonderkomens bestaan uit niet meer dan de fundamenten van een verblijf – vier muren, een vloer en een dak – en geven je de gelegenheid op boomhoogte te verkeren tussen ritselend blad en krakende takken. Kinderen worden gek van geluk en nemen de angstig hoge trap keer op keer en met aanzienlijk meer gemak dan voorzichtige volwassenen.
Campingeigenaar André bouwde de hooggelegen huisjes zelf met de materialen die hij toevallig had, zonder strikt plan. Al timmerend is het geworden wat er nu staat. Met een dukdalf als trap naar de miniveranda van het paalhuis, en smalle ladders tegen de wilg die er gewoonweg om vroeg op een meter of vier hoogte een hut te gaan dragen. Het intrigerende bolvormige bouwsel aan de rand van het terrein is André’s eigen onderdak.


Bespiegelingen

‘De meerderheid der mensen leidt een leven van stille vertwijfeling. Wat berusting genoemd wordt is verstokte wanhoop.’ Thoreau’s woorden. Maar soms is het goed om afstand te nemen. Van je gewoontes, de dingen die je nu eenmaal doet, de sleur waaruit het leven onvermijdelijk bestaat. Om te kijken naar bewuste keuzes, en de zaken die er gaande de rit in geslopen zijn. ‘Vakantie’ is een algemeen geaccepteerde noemer voor die tijdelijke toestand van uit je dagelijks bestaan stappen. Of, moderner en langduriger: ‘sabbatical’.
Tussen Hemel en Aarde is een goede omgeving voor die staat van zijn, en bespiegelingen. Omdat het een beroep doet op je kern. Zoals Thoreau schrijft: ‘De rijkdom van een mens staat in verhouding tot het aantal dingen dat hij achter zich kan laten.’
Want hier is niet veel. Althans, als je komt voor vertier in de vorm van speeltuin en animatieprogramma. De kracht van de minicamping is lastig te vertalen naar een glimmende, fotorijke folder. Die is er dan ook niet. Wel een papieren informatieblaadje met een getekende reiger voorop, waarin aanwijzingen staan voor het gebruik van de locatie, ‘met respect voor al wat is’.
De grote waarde van deze verscholen plek zonder vaste staanplaatsen zit in iets wat vooral ervaren moet worden: hier kun je met en bij jezelf zijn. Je afvragen wat er ook alweer precies toe doet, en waarom dan wel. ‘Vernieuw uzelf elke dag volkomen, doe het weer en weer, en altijd weer.’ Aldus Thoreau.
En als je daar genoeg van krijgt, stap je op de fiets en ga je naar de bioscoop of op zoek naar andere stadse afleiding. Ook niet erg.
Tien jaar geleden zijn André en Anke met hun camping begonnen. Een plek waar ze willen laten zien hoe het ook kan, mensen bewustmaken. Niet dat hier een stichtelijk sfeertje hangt, zeker niet. Dergelijke opvattingen blijken uit details als Ecover naast de wasbak, de wc die een emmer met een houten bril erop is en waarvan de (o verrassing: niet stinkende) inhoud - af te dekken met het klaarstaande zaagsel - wordt gebruikt als compost, de soberheid van de douche: een stang aan een muur en stoeptegels om op te staan. Ruimere sanitaire voorzieningen zijn in aanbouw. Inclusief doortrektoilet. Hm, bijna jammer. Thoreau maar weer even openslaan. ‘Maak het uzelf niet lastig met nieuwe dingen te willen hebben. De dingen veranderen niet, wij veranderen.’

terug