onderweg
knollentuin
allerlei
links
contact
vliegtuig-buiten






Vlieg- en kunstwerk






LELYSTAD EN OMSTREKEN - APRIL 2010






Joost Conijn maakt kunst die je kunt beleven. Middels de films die verslag doen van zijn avonturen. Of door in te stappen tijdens zijn werk in uitvoering: een oefenrondje met Conijn’s zelfgebouwde vliegtuig.


‘Waar wil je heen vliegen?’ Dat moet een van de leukste vragen zijn die een mens gesteld kunnen worden. Kunstenaar Joost Conijn (39) zit achter het stuur van zijn Citroën DS, we zijn op weg naar Lelystad. Het is lente en de lucht is zo groot, leeg en blauw als ‘ie maar kan zijn. Uitnodigender bestaat niet.
Een paar dagen eerder begon de voorpret. Conijn stuurde een bericht: ‘Vliegtuig staat weer op het veld. We kunnen vliegen. Wanneer kun je? De wind is wat krachtig deze week, maar in het verlengde van de baan geen probleem.’
Ik kan me zorgen gaan maken over die achteloze opmerking over de ‘wat krachtige’ wind, maar waarom zou ik? Conijn gaat heus de lucht niet in als het niet verantwoord is. Hij is kunstenaar, geen stuntman.
Eerder lag het vliegtuig uit elkaar. Conijn wilde ‘m nog eens helemaal nalopen. De OK-NUL 43 – dat is de officiële naam, Conijn spreekt ook wel van de conijn 03 – is een door Conijn zelf ontworpen en zelf gebouwd vliegtuig. Z’n derde. Met het eerste steeg hij tien jaar geleden even op boven de woestijn in Marokko (zie Conijn’s film Vliegtuig). Met het tweede maakte hij in 2005 op een dag een klap op de Tsjechische grond: vliegtuig ontwricht, bemanning (fysiek) ongedeerd (zie de film OK-KUL 09). Met het derde wil Conijn naar Afrika. Liefst nu.
Opnieuw zal hij zijn avonturen voor de thuisblijvers samenvatten in een film, en dit keer ook in een boek, want schrijven doet Conijn steeds vaker. Zoals in Josovov, het boekje dat eind vorig jaar in een kleine oplage verscheen: ‘Ik ben nerveus. Het vliegtuig is klaar en nu moet er gevlogen. Acht maanden heb ik niet gevlogen. Ik controleer ieder boutje en moertje twee keer, stap in en taxi wat rond. De motor doet het goed. Ik rij naar het begin van de startbaan. Mijn zenuwen laten me zweten. Neem me voor laag over de baan te vliegen en aan het einde weer te landen. Vliegen is alles of niets, je moet vol gas geven om op te stijgen, anders beland je in de bomen aan het eind van de baan.’
Dat was vorig jaar zomer. In oktober vloog Conijn in twee dagen via vijf vliegvelden zijn toestel van Tsjechië naar Nederland. Nu staat het in een hangar op Lelystad Airport. Kunst klaar voor avontuur. In afwachting van te regelen formaliteiten als toestemmingen en verzekeringen onderweg. Want wie wil vliegen, raakt verstrikt in een web van regels. Daar denkt Conijn liever niet te veel over na. Dat is ruis, en die beneemt hem het zicht op zijn doel: vrij reizen door de lucht.

vliegtuig-buiten

OK-NUL 43
De letters OK staan voor het land waar het toestel geregistreerd staat: Tsjechië. Daar verbleef Conijn de afgelopen jaren met enige regelmaat een maand of wat. Om vlieglessen te nemen, vliegbrevetten te halen, zijn vliegtuig te bouwen, oefenrondjes te maken. ‘De kinderziektes eruit halen.’
Achter in zijn auto ligt een fotokopie: Pilotní průkaz. Oftewel het pilootbewijs van meneer Conijn, gehaald in 1996. Hij heeft er ook een uit Amerika. Dat bevat een voorgedrukte reminder: ‘Safety is no accident, it must be planned.’
De N slaat op het jaar van goedkeuring, dat was 2008. Conijn boft, in 2006 was de jaarletter L. UL komt van de naam van de man die de inspectie verrichte, en 43 staat er omdat Conijn’s toestel het drieënveertigste was dat de vliegtuigcontroleur dat jaar zijn fiat gaf.
Het gevolg van deze benaming is radiocontact waarin over en weer gesproken wordt over Conijn’s vliegtuig als ‘Oscar Kilo forty-three’. Piloten hebben namelijk een eigen alfabet bedacht waarin elke letter op een in principe niet met iets anders te verwarren manier benoemd wordt. Oscar Kilo forty-three meldt zich bij de verkeerstoren voor aerodrome information, Oscar Kilo taxiet naar de start- en landingsbaan, Oscar Kilo staat klaar voor vertrek, Oscar Kilo left the circuit.
Maar daarover later meer, zover zijn we nog niet.
In de hangar staan drie vliegtuigjes. Het mooiste is dat van Conijn. Omdat het eruitziet zoals een kind een vliegtuig tekent. Simpel. Strak. Helder. Houten neus met propeller. Zilvergrijze zijkanten, vleugels en staart. Oldtimerachtige raampjes vormen de cockpit.
Conijn schroeft de houten klep achter de propeller los. ‘Even het oliepeil controleren.’ Hij vult de tanks in de vleugels met benzine. Schuift de twee raampjes die nog ontbraken tussen de cockpitlijsten. Wiebelt met de kleppen. Trekt zijn rode pilotenjas aan. ‘Want boven kan het koud zijn.’ Hij tilt zijn toestel op bij de staart en duwt het naar buiten. Legt uit hoe ik moet instappen. Waar ik af moet blijven.
Het lijkt een grap. Een spel. Dat vliegen zo eenvoudig kan zijn. Dat je samen in een apparaat stapt waar je achter elkaar zittend precies inpast, je voeten op pedalen zet, je armen door riemen steekt en een gordel vast klikt, een koptelefoon opzet met een microfoontje voor je mond.
Maar we gaan niet uit rijden, we gaan de lucht in. Driehonderd, maximaal vierhonderd meter hoog boven de polder. In iets wat voelt als een overdekte, bovenformaat ligfiets, maar dan met vleugels en een staart.

vliegtuig-buiten

Schoonheidsontroering
Conijn sluit de cabine. Zet de motor aan. Alsof je op een tractor zit, qua geluid, licht getril, de geur van benzine. Hij heeft dit al veel vaker gedaan, maar elke vlucht is anders en blijft spannend zegt ‘ie. ‘Vooral het opstijgen. Als er dan iets misgaat, kun je weinig doen, want je hebt nog nauwelijks snelheid. Landen heb je veel meer zelf in de hand. Bovendien heb je dan gevlogen, is er vertrouwen in de motor, weet je hoe de lucht voelt die dag, hoe de thermiek is, welke wind er staat.’
Hoezo is wat Conijn maakt kunst?, wordt hem wel eens gevraagd. Een fiets bouwen die achteruit rijdt, met een auto van hout die ook hout als brandstof heeft naar Rusland rijden, een vliegtuig naar eigen ontwerp leren besturen en ermee naar Kenia vliegen. Kunst hang je aan de muur of zet je op een sokkel. Toch?
Tja. Het domein van de kunst is nu eenmaal de plek die vrije geesten als Conijn de ruimte biedt hun dromen te verwezenlijken, een manier om zich te verhouden tot de wereld, een bestaan te creëren. Waarna de houten auto op een dag een museumstuk wordt en de films die verhalen van de avonturen onderweg kunstwerken. Woordenboek Van Dale legt ‘kunst’ onder andere uit als ‘het vermogen dat wat in geest of gemoed leeft of daarin gewekt is tot uiting of voorstelling te brengen op een wijze die schoonheidsontroering kan veroorzaken’.
Schoonheidsontroering. Dat is het woord, voor de maker en zijn machine(s). Het woord voor het gevoel tijdens het slingerend naar de startbaan taxiën (om eventuele tegenliggers in zicht te krijgen, we kunnen namelijk niet over de neus van het vliegtuig heen kijken). Tijdens het wachten op onze beurt. Tijdens het hard wegrijden om dan ineens al los van de grond blijken te zijn, klimmend in de tegenwind. Tijdens het ons verheffen boven het land, waarna we gedurende een rondje van ruim een uur zo ver kunnen kijken als de heldere lucht het toelaat.
We hebben geluk. Vandaag is dat tot het eind van de wereld.

terug