onderweg
knollentuin
allerlei
links
contact
Tai Chi




Leren lopen als een kat




MALLORCA & NEDERLAND - 2009





Tegen de golven duwen, de manen van het wilde paard scheiden; Tai Chi-bewegingen klinken als poëzie. En zijn dat ergens ook, vergelijkbaar met lastige gedichten waar rationeel denkende hersens weinig mee kunnen, maar die je lichaam ergens anders wel goed kan verstaan. De trage, gracieuze, vloeiende manier van bewegen die Tai Chi kenmerkt, maakt rustig en leeg. Leert verzoenen met het leven zoals het is.


We staan op een klif. Oog in oog met de altijd bewegende zee, met haar stromingen, deining, eb en vloed. Ook wij bewegen. Ons ene been loopt vol, het andere leeg, we verplaatsen ons gewicht. Denkbeeldige ballonnen heffen onze armen, we wijzen hoog achter ons naar de maan. Twee passanten in bikini kijken stiekem en besluiten te doen of er niets aan de hand is. Ze zien gewoon mensen, mensen die gymmen. Wel op een beetje vreemde manier, zo traag en in stilte.
Een van de vele krachten van Tai Chi is dat het jezelf, je gewoontes, aannames, oordelen en bewustzijn zichtbaar maakt. Zo ook nu, op deze wonderschone plek die er al veel langer is dan wij en ook na ons nog eeuwen en eeuwen zal bestaan. De plek waar we een uurtje Tai Chi doen.
Ik ben gek op Tai Chi, vind de vloeiende vormen ervan prachtig, ervaar het als een kalmerend soort dans. En meer, waarover later. Maar de passerende badgasten maken me bewust van hoe dit eruit moet zien, dit groepje vertraagden. En ik schaam me. Even. Waarom doe ik zo raar?
Tegelijkertijd weet ik vanaf de eerste les die ik twee jaar geleden volgde dat er voor mij tot nu toe weinig wijzer en waardevoller is gebleken dan dit: een pas op de plaats maken door in stilte geconcentreerd bewegingen te maken. Bewegingen die al honderden jaren bestaan en via meesters worden doorgegeven. Mijn meester heet Jan Snel. Sinds 1992 geeft hij les. Hij draagt zijn kennis over van zijn naar ons lichaam, we apen hem na, hij maakt zachte kracht inzichtelijk en leert ons ervaren dat een lijf dingen soms eerder snapt dan hersens. Met denken lukt Tai Chi dan ook niet, het zit het juist in de weg. Kijk naar de leraar, doe wat hij doet, en leer. Leer voelen. Leer weten. Dat alles altijd in beweging is. Dat we piepkleine onderdeeltjes zijn van iets onoverzichtelijk groots. Dat verzet zinloos is. Stroom maar gewoon mee, de dingen gaan zoals ze gaan. Mensen groeien als bomen, verliezen takken en dat doet pijn, maar er komt altijd ergens weer het begin van iets nieuws. Leer daarop vertrouwen. En kijk naar de natuur. Daar gebeurt alles op z’n tijd. Wij zijn daar een onderdeel van, al raakt dat besef in onze jachtige consumptiemaatschappij nogal eens op de achtergrond.
Een vlinder vliegt rakelings langs m’n naar de maan wijzende hand. Ik voel me verbonden met al wat is. Is dat een religieuze ervaring? De vraag doet er niet toe. Het antwoord evenmin. Tai Chi laat zich niet in woorden vangen. Het is als poëzie, het lezen van gedichten die je niet snapt, maar die ergens toch iets aanraken. Alsof er andere wegen tot inzicht bestaan dan dat voor ons zo dominante pad via de rationele hersenen. Het maakt dat vragen erover lastig te beantwoorden zijn. Want wat is dat nu precies, Tai Chi?, wilde een vriendin weten. Is het niet heel zweverig?, vroeg mijn moeder. Tja. Is het een vechtsport? Chinees schaduwboksen? Bewegingskunst? Filosofie?
Het is het allemaal. En allemaal niet. Ieder z’n ingang. Voor mij is het een manier om me te leren verzoenen met de gang der zaken, waarover we zoveel minder te zeggen hebben dan we zouden willen. Om de schoonheid te leren inzien van het Heel Al. En vooral: een oefening in overgave. Zonder mezelf te verliezen. Juist niet.
Na zo’n meditatief uur Tai Chi ben ik stil en voel ik me helder. En hoewel de rest van het dagelijks bestaan zich altijd weer opdringt en die aangenaam serene toestand overspoelt, blijft de kiem van rust ergens aanwezig. Ontspanning door concentratie. Stilstand door beweging. Bewustzijn door gedachteloosheid. Dat is de manier waarop de wijsheid van Tai Chi zich in het lichaam nestelt. Het is een stresssloper die de levenskracht chi weer laat stromen. Bewustmaakt van onze structurele haast. Maar op weg naar wat?

Tai Chi

Wolkenhanden
Over het begin der dingen wat betreft Tai Chi zijn verschillende verhalen in omloop. Met de ettelijke boeken die erover zijn uitgegeven in de hand raak je al snel verstrikt in eeuwenoude stambomen en uiteenlopende leerscholen, invalshoeken en zienswijzen. Die versluieren het zicht op iets wat in beginsel zo helder is. Gewoon doen wat de bomen en vogels en alle andere niet-denkende levensvormen om ons heen ook doen. Je leven leiden. Simpel.
Onbetwiste hoofdbronnen zijn filosofieën van de oude Chinezen (met name Tao, waarbij het lichaam dienst doet als wortel voor de bloesem van de geest), krijgskunst, en studie van de natuur. Daarin immers is niets blijvend en verandert alles voortdurend. Ook spelen de vijf elementen vuur, water, hout, aarde en metaal een grote rol. Zij staan ieder voor verschillende organen, seizoenen, stemmingen, richtingen, handelingen, smaken, planeten. En er is het gegeven van evenwicht en harmonie, een gevolg van de balans tussen yin en yang; de begrippen die aangeven dat alles in de natuur een aanvullende of tegengestelde component heeft.
Het is lastig om een onderwerp dat zo groot is en uitdijt met elke stap die je op het terrein ervan zet overzichtelijk te houden. Verdwalen kan snel gebeuren, en daarmee dreigt het gevaar van afwending, afhaken. Wat jammer is. Op z’n minst. Maar hoe behap je de wereld?
Misschien moet je dat om te beginnen niet ambiëren. Houd de dingen eenvoudig. Al met al gaat Tai Chi over energie, meridianen, drukpunten, meditatie. Bij regelmatige, aandachtige beoefening op het ritme van de ademhaling zou het leiden tot ontspanning, bewustwording, gezondheidsverbetering, vitaliteit. En dat allemaal aan de hand van precieze, dromerige, tedere bewegingen met prachtige namen als ‘de naald op de bodem van de zee’, ‘op het paard rijden en de weg vragen’, ‘wolkenhanden’, ‘de staart van de mus vangen’, ‘de witte kraanvogel spreidt zijn vleugels uit’. Zo’n benoeming kan helpen om te weten wat je uitbeeldt en zorgt ervoor dat de aandacht van je hele lichaam - inclusief de moeilijk bij het denken vandaan krijgende hersenen - daadwerkelijk gaat naar het zorgvuldig oprapen van die naald van de zeebodem, of het krachtig spreiden van je vleugels. Ook al sta je in een dorpszaaltje naast een schoolplein vol uitgelaten kinderen. Of op een Spaanse eilandrand. Het maakt niet uit. Het leven is precies daar waar je zelf bent. In welke omstandigheden dan ook.
Vooral dát is het wat Tai Chi proefondervindelijk aantoont. De vele boeken - waaruit noch de bewegingen, noch de waarde van Tai Chi ooit te leren is - strooien met mooie zinnen: wees als water. Loop zo licht en zeker als een kat. Stel je je bewegen voor als een zijden draad die door je handen gaat; om te voorkomen dat die breekt moet je zowel toegewijd als behoedzaam zijn, en dat continue. Een flinke klus. Volgens Tai Chi-meester Jan Snel ben je dan ook nooit uitgeleerd. ‘Deze schatkist is zó vol, daar blijf je je hele leven mee bezig.’
Hij denkt dat er in Nederland maximaal tien echt goede leraren zijn in de richting die hij beoefent en doceert. En hij is er een van. In alle bescheidenheid. Na jaren van vechtsporten vond Snel in Tai Chi Tao, een van de vele vormen, de rust die hij op een lastig moment in zijn leven goed kon gebruiken. Sindsdien draagt hij het, na een eerdere carrière in water- en wegenbouw, over. Aan mensen met spierziektes, blinden, ouderen, middelbare scholieren, gedeprimeerden, geestelijk en lichamelijk gehandicapten, en aan verder iedereen die er waarom dan ook in geïnteresseerd is of er behoefte aan denkt te hebben. ‘Het grappige is dat Tai Chi voortkomt uit een mannenwereld, maar in mijn lessen zie ik veel meer vrouwen die het beoefenen. Zij pikken het ook sneller op, zijn nuchter en nieuwsgierig en worden niet gehinderd door haantjesgedrag als de beste willen zijn of laten zien hoe sterk je bent.’
Snel kreeg zijn opleiding in Nederland en China. ‘Het is bijzonder om zonder woorden kennis uit te wisselen met andere meesters. Overigens kan dat ook een jochie van zes zijn, heb ik in Chinese kloosters gemerkt.’ De Tai Chi-wereld is mooi, vindt Snel. Vreedzaam, liefdevol, wijs, rijk. Zacht, rond en vloeiend. Als water, als wind, als stroming überhaupt. Van het bloed door onze aderen.
In parken in bijvoorbeeld China en Vietnam is een uurtje Tai Chi voordat de zon opkomt een volstrekt normale manier om de dag te beginnen. Alleen toeristen kijken hun ogen uit. Of ze gaan meedoen. Tai Chi is een taal die iedereen verstaat.

Drakenstaart
Er zijn mensen die zich omkleden voor zo’n uur Tai Chi. In een wijde, pyjama-achtige broek en een soort ruimvallend hes. Zwart, wit, felroze. Ik niet. Nog niet. ‘Op een gegeven moment durf je in zo’n pakje te gaan staan,’ zegt Snel. Tot die tijd dragen deelnemers hun gewone kleren of een joggingbroek. Iets wat makkelijk zit, nergens knelt, niet hindert bij de zwaaiende, draaiende, aaiende en dan soms ineens snelle, doortastende bewegingen, zoals een trap naar voren.
Maar wat staan we nu precies te doen tijdens zo’n les, meneer Snel? ‘In principe probeer je door mij na te doen je hoofd leeg te maken. Pas dan kun je ontvangen.’ Wat ontvangen? ‘Dat wat jij nodig hebt. Je moet Tai Chi doen zoals jij denkt dat het voor jou goed voelt. Door je de bewegingen eigen te maken kom je in een soort balans. Het gaat er niet om of je vuur uitbeeldt volgens het boekje. Als het maar gemeend vuur is, daar gaat het om.’ Goddank. Ik val namelijk nogal eens om. Laat de draak niet altijd even mooi met zijn staart zwaaien. ‘Oefen thuis, totdat je iets voelt. Het duurt lang voordat Tai Chi iets is wat je gewoon doet. En dan nog. Ik wankel ook wel eens.’
Snel is zeker geen vage man, geen zwever. Maar praten over Tai Chi heeft, net als erover schrijven, zo z’n beperkingen. In tegenstelling tot gewoon gaan staan en de bewegingen maken. Want alleen al het vormen van vuur - een driehoekje van duimen en wijsvingers vanaf je hart naar voren - maakt de ene keer duidelijk dat je je miskend voelt en weinig kunt geven, en een week later dat je vol passie bent en eindeloos wilt delen. Of je stuit op woede omdat iets weer niet lukt, en hoort de stroom aan boze stemmen die dat in je hoofd veroorzaakt, de bak ballast die er direct overheen komt, onze neiging dingen groter te maken, niet te blijven bij dat wat is maar er altijd hele verhalen aan op te hangen. Tai Chi maakt doorzichtig.
Niet alleen voor de beoefenaar zelf, verklapt Snel. ‘Ik zie hoe iedereen binnenkomt. Een lichaam vertelt veel meer dan wat er uit een mond komt. Mijn lessen vormen zich al doende, al naar gelang wat mensen nodig hebben. Bij de een mag er wel wat van de schouders af, een ander kan juist wat geven. Niemand is ooit totaal in balans. Ik ook niet.’ Dat geeft een wonderlijk soort troost. Net zoals Snel’s vaste slottekst, waarin hij spreekt over de tijger die we moeten omhelzen, de berg die we beklimmen, de spiegel die we schoonvegen. Keer op keer op keer op keer. Het heeft elke week weer tot gevolg dat het groepje mensen dat zich op een dinsdagmiddag in een zaaltje in Bussum verzamelt een in elkaar overvloeiend geheel is geworden. Is dat het waardoor we ons na afloop van ons uur zo mild en vol genegenheid voelen? Het straalt van iedereen af, als we tevreden glimlachend het pand weer verlaten. We hebben virtueel bergen weggeduwd, rugzakken afgedaan, overbodigheden losgelaten, vuurtjes gestookt, gordijntjes geopend, vislijnen binnengehaald. Zijn gerustgesteld. Het is goed zoals het is, we zijn goed zoals we zijn. En die woorden eng vinden, om te horen, te typen, te lezen, laat ook weer iets zien. Tai Chi is als het heelal. Dat dijt ook maar uit.
De zee zucht, wij ook. Tai Chi buiten is nog mooier dan binnen. Omdat het je laat communiceren met de rest van de wereld. De voorbijvliegende vogel en vlinder, de prikkende zon en waaiende wind. Onder het oneindige hemeldak zwaaien we lichtjes heen en weer als bomen, onze armen zijn wijduitstaande takken, onze voeten de wortels. En ons hoofd? Dat is leeg. Wat een verademing.

terug